nederlands turks duits russisch spaans engels

Inleiding Interpunctie


Leestekens zijn tekens om de lezer te helpen de tekst begrijpelijker te maken. In gesproken taal kunnen we door middel van pauzes, intonatie of gebaren onze bedoelingen duidelijk maken. In geschreven taal geven punten, komma's, accenttekens de pauzes, intonatie of gebaren aan.
 
Voorbeeld
•   Joop vraagt Margriet ga je naar dat feest
 
Wie de bijpassende intonatie hoort, begrijpt meteen de bedoeling van de spreker, maar de lezer moet raden: sprak Margriet of sprak Joop?
•   Joop vraagt: "Margriet, ga je naar dat feest?".
•   "Joop," vraagt Margriet, "ga je naar dat feest?".
 
Er zijn vijf leestekens die een pauze aangeven.
•   de punt
•   de komma
•   de puntkomma
•   de dubbele punt
•   het gedachtestreepje
 
Daarnaast zijn er twee leestekens die een intonatie aangeven:
•   het vraagteken
•   het uitroepteken
 
Ook kun je als schrijver nog gebruik maken van leestekens om woorden en zinnen heen.
•   de haakjes
•   de aanhalingstekens

Kijk ook verder in de Taalgids voor uitleg van spelling, ontleden, werkwoordspelling en stijl.